VRIJDAG DE 13DE
Een avondje basketbal op vrijdag de 13e levert al ruim van tevoren genoeg stof tot nadenken op: halen we de wedstrijd zonder files, krijgen we weigerende heilige koeien of lekke banden? Of nog erger: wie zal het veld hinkend of gedragen verlaten? Het kan ook minder doemdenkend, want al hoewel de gemiddelde NBA speler niet bekend staat om z’n IQ, zou het zomaar kunnen dat ze opeens, net voor de wedstrijd tegen BV Rooi, besloten om in Eindhoven te gaan studeren en een potje te gaan ballen bij Tantalus.
Koning Tantalus “zelf” was vroeger trouwens ook een rare vent zoals de kenners van Griekse mythologie weten. Hij deinsde er niet voor terug om van de goden te stelen en z’n eigen zoon als hoofdgerecht aan diezelfde goden te serveren om te checken of ze inderdaad alwetend waren.
In werkelijkheid ging het iets anders; alle spelers waren op tijd en omdat de sportzaal niet in brand of onder water stond kon er gewoon gespeeld worden.
Voor de kijkers lag dit wat anders, want de trouwe Rooise fans (en een enkeling uit Best) zochten tevergeefs naar zitplaatsen. Gewone tribunes waren nergens te bekennen, maar een hightech TU had natuurlijk opblaasbare tribunes, of ze zaten onzichtbaar weggewerkt in de vloer, wand of plafond. Helaas; zelfs de meest ervaren basketbalkijkers konden nergens een spoortje tribune ontdekken; ze waren echt onzichtbaar.
Gelukkig waren de –toen nog blijkijkende- Tantalusspelers bereid om hier iets aan te doen en even later stonden er 2 oncomfortabele lage banken langs het veld. Onnodig om te zeggen dat het verwende Rooise publiek hier geen genoegen mee nam en dus werd een verkenningstocht georganiseerd op zoek naar tribunemateriaal om dit ontwerpfoutje tijdelijk recht te gaan zetten. Ondernemingslust en fantasie vierden hoogtij, want in een naastgelegen hok werden stepbankjes ontdekt. Dit bleek een gouden vondst en niet lang daarna sierde een handgemaakte Rooise designtribune de rand van het veld.
Bij sommige Tantalusspelers won de student het tijdelijk van de speler; ze keken ademloos toe naar de noeste Rooise arbeid en inventiviteit en begonnen driftig aantekeningen te maken. Aan deze vorm van multifunctionaliteit hadden ze zelf nog nooit gedacht!
Nadat de tribune af was (met een extra versteviging voor Pauluz) en het publiek erop zat, verschoof de aandacht naar het basketbal. Beide teams waren bezig met de warming-up en iedereen kon eenvoudig zien dat Rooi een duidelijk lengte- en kilovoordeel had en als uitteam zelfs aanzienlijk meer spelers op de been had kunnen brengen dan het thuisteam.
De wapens waarmee Tantalus Rooi kon bestrijden waren beperkt en het enige voordeel wat ze dachten te hebben was jeugd en de daarmee veronderstelde hogere snelheid. Hiermee konden ze in het begin nog enigszins bijblijven, want een 4-8 voorsprong (binnen 2 minuten) van Rooi werd halverwege het 1e kwart omgebogen naar een 13-12 voorsprong! De “Erikken S.”, met de kleinste aan het hoofd waren zeker niet van plan te verliezen en namen een time-out om de spelers scherp te krijgen. Een ander Rooi met dezelfde spelers leek er daarna in het veld te staan; de verdediging werd aangetrokken en in de aanval ging de bal sneller rond. Dit moois werd vastgelegd op het scorebord, waarop de 13-12 voorsprong van Tantalus als sneeuw voor de zon veranderde in een 15-26 voorsprong voor Rooi. Hoofdrolletjes waren er in het begin voor Bram, als “inside plaag”, Daniel, een hoop gegoochel (af en toe iets teveel), Paultje, zat als een vlieg op een paardenvijg op z’n tegenstander, Pim, blijft altijd koel net als Fonzy (maar dan zonder vetkuif) en Jeroen als venijnig schietende sniper. Net toen Tantalus dacht dat het wel meeviel kwam er een nieuwe verrassing het veld; Fill, een speler die al senior was toen de Tantalusspelers nog in pampers rondkropen en die het aandurfde om op vrijdag de 13e met rugnummer 13 in het veld te gaan staan. De Rooise nestor deed het weer prima en voor het gemis van een stoel naast de spelersbank nam hij sportieve wraak door drietjes en inside scores te maken.
Het 2e kwart begon bij de stand 15-26 en de Erikken vonden het tijd om een gelegenheidstroef uit te spelen, genaamd Jan. In 1 van z’n eerste acties schoot hij 2 vrijeworpen raak en verderop in de wedstrijd pakte hij nog de nodige rebounds en schoot 2 drietjes raak. Al met al een prima optreden, wat vraagt om herhaling. Intussen was Tantalus wel wat teruggekomen, want halverwege het 2e kwart was het 26-33. Geen probleem voor Rooi, want in de persoon van rubberen Robbie (vanwege z’n jumpshot) sprong een nieuw duveltje uit het Rooise doosje. Hij begon met wat rake vrijeworpen en toen die gevolgd werden door een drietje was de voorsprong weer veilig.
De fastbreak van Tantalus werd slower en Paultje liet maar weer eens zien hoe een echte fastbreak eruit ziet (28-40). Tantalus deed af en toe wat terug en 1 van de acties deed denken aan een Richard Kiel scene uit de James Bond film ‘The Spy Who Love Me’. Hierin gaat de 2.20 m. lange acteur, beter bekend onder de naam “Jaws”, de strijd aan tegen alles en iedereen. Nu ziet het gebit van Bram er wat anders uit en is hij wat kleiner, maar doordat nummer 20 van Tantalus klein was, ontstond er toch een indrukwekkend lengteverschil. Nummer 20 stond te duwen en te springen en uiteindelijk gaven de scheidsrechters hem rust door z’n moedige –maar kansloze- optreden te belonen met een P.
In de rest van het kwart sprokkelde o.a. Fill en Daniel nog wat punten bij elkaar, waardoor Rooi ging rusten met een redelijk comfortabele 37-54 voorsprong.
In de rust verlieten veel Rooise supporters hun zelfgebouwde “stellingen” en sommige werden meteen geannexeerd door andere toeschouwsters. Dit tot groot genoegen van Eddie S., die compleet ingesloten werd door blonde schonen. Hij begon met een grijs van oor tot oor, maar niet lang daarna leken z’n mondhoeken bijna in z’n nek te zitten.
In het 3e kwart ging Rooi vrolijk verder en het bord aan de andere kant kreeg het zwaar te verduren; keiharde vrijworpen met een gigantisch backspin van Bram, een éénhandige slamdunk van dezelfde speler en een net mislukte fastbreak-alley-oop-dunk samen met Paultje kregen de handen op elkaar. Net toen Tantalus dacht dat ze alles gehad hadden, ging Rooi nog een stapje verder; Lars miste helaas net een dunk en vooral het Best(s)e publiek had dit graag anders gezien. Ook Stefan besloot mee te doen aan het spektakel en had een onnavolgbare driepunt-alley-oop-dunk-pass naar Lars in gedachte, maar ook hier waren de goden Tantalus gunstig gezind en het lukte net niet.
Met dit soort stunts win je niet makkelijk een wedstrijd en tussen al dit moois door speelde Rooi degelijk basketbal en bleef zo’n 15 punten voor op de studenten. De Rooise coach zag gelegenheid om ook de niet-basisspelers de nodige speelminuten te geven en door Stefan, Lars en Jan onder de hoede van “moedereend” Bram in het veld te zetten, moesten ze echt aan de bak en hadden ze een keer geen 4 ervaren spelers om zich heen om de bal naar toe te gooien. De inzet was goed, de afwerking niet altijd, maar toch kwam Tantalus niet veel dichterbij. Tantalus won het kwart met 19-18 en dus begon het laatste kwart bij de stand 56-71.
Behalve bouwkundige problemen (het ontbreken van tribunes) kwam er nu ook een elektronisch probleem; het scorebord deed raar en vervolgens stopte de 24-secondeklok er mee. De “TU-techneuten” kregen de boel niet meer aan de praat en dus werd de tijd handmatig bijgehouden met gebonk op de tafel als aanduiding van de laatste 5 seconden.
Het 4e kwart begon met 4 punten (56-75) van Lars, maar daarna zou Rooi 4 minuten moeten wachten op de volgende score (Daniel). Tantalus deed wat meer en vooral de wat schizofreen overkomende nummer 10 maakte de nodige punten, waardoor het 66-75 werd.
Ondanks instortingsgevaar van de zelfbouwtribune schuifelde de Rooise toeschouwers onrustig heen en weer over hun bouwsels en nachtmerrieachtige flashbacks van de wedstrijden tegen Vlijmscherp en Den Dungk schoten door hun hoofd. In de ogen van de fans waren deze wedstrijden onnodig verloren, maar het is altijd makkelijk praten vanaf de tribune.
Intussen had de hoofdhuid van D’n Bel het onderspit moeten delven in een kansloze strijd tegen een nagel van een Tantalusspeler en terwijl Patrick het veld uitging leek de (on)gelukkige tegenstander de “souvenier” onder z’n nagel te bewonderen. Het duurde niet lang voordat Patrick terug was en de felwitte pleister die z’n schedel (ont)sierde deden de wat oudere fans terugdenken aan de tijd van “de Mummy”. ‘The Mummy Returns’; dat kan alleen op vrijdag de 13e!
In het veld ging het beter en Rooi schoot weer met scherp en drietjes van Jan (2x) en Jeroen zette het scorebord op 74-86, met nog minder dan een minuut te spelen.
Met nagenoeg geen tijd meer op de klok besloot D’n Bel z’n -met de al eerder genoemde pleister bedekte- schedel in de schijnwerpers te zetten en het publiek ter afsluiting van de wedstrijd te trakteren op een loepzuivere driepunter. Eindstand 74-89 en niet 89-74 zoals op het sheet staat. Het gejuich was oorverdovend en toen vaag op de achtergrond het laatste fluitsignaal klonk waren de fans in 1 klap terug in de werkelijkheid.
Het feest was voorbij en het was weer gewoon vrijdag de 13e.
|